Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 februari 2015

Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 26 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1074.

In de eerste plaats is [verzoeker] niet-ontvankelijk, omdat de termijn voor het indienen van het onderhavige verzoek ruim is overschreden. Voorts hanteert het BKR zelf als richtlijn dat registratie slechts plaatsvindt indien het gaat om kredietverstrekking van voldoende omvang in combinatie met een wanbetaling die voldoende ernstig is, waarin reeds een proportionaliteitsafweging besloten ligt, en aan welke toets de onderhavige zaak voldoet. Juist voor een dergelijk geval is het BKR-register in het leven geroepen. Daarbij geldt wat betreft de subsidiariteit dat er geen ander middel van registratie voorhanden is. Bovendien worden blijkens de jurisprudentie dit soort verzoeken slechts in zeer bijzondere situaties gehonoreerd. Een dergelijke situatie is hier niet aan de orde. De stelling van [verzoeker] dat hij geen nieuwe verplichting zou kunnen aangaan met de BKR-registratie, berust op een misvatting en is bovendien onvoldoende onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6820db912f6fa11049e0a7aa3e62a95f5a90ce841457f25bea5f1a8be3a45867. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6820db912f6fa11049e0a7aa3e62a95f5a90ce841457f25bea5f1a8be3a45867, en de alinea staat in dat document op bytes 13439 tot 14404.