Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 maart 2015

Onder 4.8. Rechtbank Amsterdam 3 maart 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1173.

Ten slotte is naar het oordeel van de rechtbank onduidelijk hoe de belangen van eiseres zijn meegewogen bij de verlening van de ontheffing aan de derde-partij. Verweerder heeft eiseres immers niet in het kader van artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het primaire besluit haar zienswijze naar voren te brengen. Dit, terwijl onder 3.2 is geoordeeld dat eiseres belanghebbende is. De enkele omstandigheid dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat verweerder het langlopende geschil met de derde-partij over de ligplaats van de objecten tot een einde wilde brengen, maakt niet dat eiseres niet om een zienswijze behoefde te worden gevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dec5efb77065243346544dce44ec75bbf8ceb3892ed3ec3cd21b7d5cb97fabb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dec5efb77065243346544dce44ec75bbf8ceb3892ed3ec3cd21b7d5cb97fabb, en de alinea staat in dat document op bytes 15543 tot 16230.