Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015
Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1780.
Verder gaat het naar schatting om miljoenen pagina’s en onzeker is of en, zo ja, in welke mate alle bescheiden nog aanwezig zijn. Het betreft derhalve een langdurige en kostbare aangelegenheid. Niet alle bescheiden zijn voldoende bepaald omschreven. Verder stellen de luchtvaartmaatschappijen ten onrechte dat zij van SCC kunnen verlangen dat zij haar stellingen op dit punt onderbouwt. Voor zover de luchtvaartmaatschappijen betogen dat zij air waybills nodig hebben om te kunnen beoordelen welke luchtvaartmaatschappijen in vrijwaring moeten worden opgeroepen, geldt dat zij deel uitmaakten van het kartel en dus weten wie bij die afspraken betrokken waren. Bovendien blijkt de identiteit en de betrokkenheid bij het kartel van vele luchtvaartmaatschappijen ook uit de stukken die in verschillende procedures (wereldwijd; bijvoorbeeld onderzoek van mededingingsautoriteiten en gerechtelijke procedures gericht op handhaving) zijn overgelegd. Aldus steeds SCC.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9da90e13273bd80b037b321fddb30ef4d5d83d2a1837853f57f6acf6feabed5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9da90e13273bd80b037b321fddb30ef4d5d83d2a1837853f57f6acf6feabed5e, en de alinea staat in dat document op bytes 32781 tot 33792.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9da90e13273bd80b037b321fddb30ef4d5d83d2a1837853f57f6acf6feabed5e | shasum -a 256