Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015

Onder 4.22. Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1780.

Voor zover de luchtvaartmaatschappijen betogen dat zij op het verweer reeds in hun incidentele conclusies zijn vooruitgelopen, geldt dat die conclusies van antwoord in de hoofdzaak in dat geval niet veel tijd in beslag zullen nemen. Als de luchtvaartmaatschappijen de stellingen van SCC voldoende betwisten, ligt het vervolgens op de weg van SCC om haar stellingen, onder meer met betrekking tot de causaliteit en de omvang van de schade, nader toe te lichten (zoals hiervoor is overwogen onder 4.12 en verder). Dit betreft kwesties van nationaal recht, staat los van de beschikking, kan in aanmerkelijke mate bijdragen aan een nadere invulling van het debat tussen partijen (dat zich steeds meer moet toespitsen op specifieke gedragingen van de luchtvaartmaatschappijen (routes, vluchten, etc.) en specifieke activiteiten van de (beweerdelijke) cedenten). Er bestaat dan ook geen reden om de procedure in dit stadium aan te houden, zodat het verzoek tot aanhouding zal worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9da90e13273bd80b037b321fddb30ef4d5d83d2a1837853f57f6acf6feabed5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9da90e13273bd80b037b321fddb30ef4d5d83d2a1837853f57f6acf6feabed5e, en de alinea staat in dat document op bytes 44961 tot 45961.