Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Onder 4.2 Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2280.

Tijdens haar eerste verklaring als getuige heeft [medeverdachte] op 5 juli 2011 verklaard dat zij en [verdachte] [slachtoffer 1] rond 20.00/21.00 uur op 13 juni 2011 met de auto hebben afgezet bij een hotel bij de Gaasperplas. Als verdachte heeft zij zich tijdens de eerste verhoren bij de politie op haar zwijgrecht beroepen. Tijdens de eerste terechtzitting van 22 november 2011, tijdens nadere verhoren en de terechtzittingen van 24 en 26 maart 2015 heeft zij – samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. [slachtoffer 1] kwam onverwachts bij haar op bezoek om met [zoon 1 van medeverdachte] te spelen. Hij had zelf bier meegenomen en heeft dat opgedronken bij haar thuis. [slachtoffer 1] had geen geld om terug naar huis te gaan. Ze heeft daarom [verdachte] gebeld om hem naar huis te brengen. Ze hebben [zoon 1 van medeverdachte] bij [dochter van medeverdachte] afgezet en zijn vervolgens naar het huis van [verdachte] gegaan om zijn autopapieren op te halen die hij was vergeten. Ze weet niet meer waarom ze vervolgens zolang hebben rondgereden. Ze zijn op een gegeven moment bij de parkeerhaven aan de Weespertrekvaart gestopt omdat er rook uit de motorkap van de auto kwam en omdat [verdachte] dan wel [slachtoffer 1] moest(en) plassen. [slachtoffer 1] was dronken en lag omlaag en opzij op de achterbank. [verdachte] heeft hem uit de auto geholpen. Ze heeft niet gezien waar zij naartoe zijn gelopen omdat ze zelf ging roken. Toen ze aan het roken was hoorde ze [slachtoffer 1] opeens om hulp roepen. Ze zag dat [slachtoffer 1] in het water was geraakt. Hij hield de rand vast bij de het gras en kwam tot borsthoogte boven het water uit. Hij riep: “Help, help”. Ze is hem gaan helpen. Ze is op haar knieën gegaan en heeft hem een hand gegeven. Het lukte [slachtoffer 1] niet om naar boven te komen. Ze heeft [verdachte] geroepen om te komen helpen. [verdachte] kwam en heeft haar hand van de hand van [slachtoffer 1] losgemaakt. Hij zei: “Straks val je in het water en je kunt niet zwemmen”. [verdachte] hielp haar omhoog. Ze zei tegen [verdachte] dat hij [slachtoffer 1] moest helpen. [verdachte] zei dat het niet zijn probleem was en dat de mensen op de boot, die zij zagen varen op de Weespertrekvaart, [slachtoffer 1] zouden helpen. Ze heeft [slachtoffer 1] levend in het water achtergelaten. Ze zijn naar de auto gelopen en zijn weggereden. Ze weet niet hoe [slachtoffer 1] aan het letsel is gekomen. Zij heeft dit niet gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906, en de alinea staat in dat document op bytes 13433 tot 16109.