Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2015
Onder 4.2 Rechtbank Amsterdam 20 april 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2280.
wilde bij zijn eerste verhoor door de politie op 19 augustus 2011 op advies van zijn advocaat geen verklaring afleggen over wat er die avond was gebeurd. Hij heeft vanaf zijn tweede verhoor bij de politie – samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende verklaard. [medeverdachte] belde hem om [slachtoffer 1] weg te brengen. Hij wilde eigenlijk niet maar zij bleef maar aandringen waardoor hij het toch heeft gedaan. Zij zei dat het voor de laatste keer zou zijn dat hij [slachtoffer 1] weg moest brengen. Nadat ze [zoon 1 van medeverdachte] bij [dochter van medeverdachte] hadden afgezet zijn ze langs zijn huis gegaan om de autopapieren op te halen die hij was vergeten. Bij de afslag Muiderberg kreeg [medeverdachte] een telefoontje van de zus van [persoon 2] die geld zou brengen. Dit betreft de [persoon 2] over wie hij heeft verklaard in zijn aangifte van oplichting door [medeverdachte]. [medeverdachte] zei dat ze terug naar Almere moesten omdat de zus van [persoon 2] geld zou komen brengen. Ze zijn daarop terug naar Almere gereden. De zus van [persoon 2] kwam niet en [medeverdachte] zei op een gegeven moment dat ze wel weer weg konden gaan. Ze zijn weer richting Amsterdam gereden. [medeverdachte] bepaalde de route. Ze zijn onderweg nog een aantal keer gestopt vanwege problemen met de motor en om te tanken. [medeverdachte] heeft een tijdje achterin bij [slachtoffer 1] in de auto gezeten waarna ze weer voorin is gaan zitten. Ze zijn op een gegeven moment bij de parkeerhaven aan de Weespertrekvaart gestopt omdat [slachtoffer 1] zei dat hij daar een afspraak had, er rook uit de motorkap van de auto kwam en omdat [slachtoffer 1] moest plassen. [slachtoffer 1] lag op dat moment achterin met het hoofd op de vloer in het midden van de auto en zijn knieën opgetrokken. Hij weet niet hoe [slachtoffer 1] daar terecht is gekomen. Hij heeft op een gegeven moment wel een plof/dreun gehoord. Hij heeft [slachtoffer 1] bij de parkeerhaven aan de Weespertrekvaart uit de auto geholpen zodat hij kon gaan plassen bij een boom. Hij is zelf naar de motor van de auto gaan kijken en ook gaan plassen. Hij hoorde [medeverdachte] om hulp roepen en zag dat [slachtoffer 1] in het water stond. Hij kwam tot borsthoogte boven het water uit. [medeverdachte] schreeuwde dat ze door [slachtoffer 1] in het water werd getrokken. Ze lag op haar buik en [slachtoffer 1] had haar vast bij haar been. Hij heeft de hand van [slachtoffer 1] losgemaakt van het been van [medeverdachte]. Hij wilde [slachtoffer 1] uit het water helpen maar [slachtoffer 1] begon met water te spatten en zwom vervolgens met krachtige slagen weg in de richting van een boot. De mensen van de boot staken een stok naar [slachtoffer 1] uit en [slachtoffer 1] pakte de stok. Hij dacht dat [slachtoffer 1] veilig was. Ze zijn toen weggegaan. Hij weet niet hoe [slachtoffer 1] aan het letsel is gekomen. Hij heeft dat zelf niet gedaan. [medeverdachte] en haar zoon [zoon 2 van medeverdachte] wilden van hem dat hij dezelfde verklaring zou afleggen als [medeverdachte], maar dat heeft hij niet gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906, en de alinea staat in dat document op bytes 16333 tot 19613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906 | shasum -a 256