Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Onder 4.5.1 Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2280.

De rechtbank heeft met de verdediging en de officier van justitie geen reden om te twijfelen aan de verklaring van verdachten en getuige [dochter van medeverdachte] dat [slachtoffer 1] nog leefde en er nog niets met hem aan de hand was toen verdachten en [slachtoffer 1] op 13 juni 2011 rond 18.30 het zoontje van [medeverdachte] bij [dochter van medeverdachte] hebben afgezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906, en de alinea staat in dat document op bytes 25179 tot 25570.