Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Onder 4.5.3 Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2280.

De rechtbank acht de verklaringen van verdachten over wat er bij de Weespertrekvaart zou zijn gebeurd, gelet op de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel, ongeloofwaardig. Verdachten hebben ook tegenstrijdig verklaard en geven elkaar min of meer de schuld, wat erop duidt dat zij iets te verbergen hebben. Daarbij heeft [medeverdachte] aanvankelijk als getuige verklaard dat [slachtoffer 1] eerder op de avond was afgezet bij een hotel in Gaasperplas. Vervolgens heeft zij zich als verdachte gedurende de politieverhoren op haar zwijgrecht beroepen. Pas op de zitting van 22 november 2011 heeft zij een verklaring afgelegd waar de Weespertrekvaart in voorkomt, nadat zij het dossier heeft kunnen bestuderen. De rechtbank merkt met betrekking tot de verklaringen van verdachten verder nog het volgende op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906, en de alinea staat in dat document op bytes 38936 tot 39808.