Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Onder 4.5.4 Rechtbank Amsterdam 20 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2280.

Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] volgt dat [verdachte] in de buurt van de auto stond en wat heen en weer liep toen [medeverdachte] aan de waterkant met het lichaam van [slachtoffer 1] bezig was. Volgens [getuige 1] waren de man en de vrouw in een soort van discussie en had hij de indruk dat de vrouw zich tot de man richtte voor hulp. Uit de getuigenverklaring van [getuige 2] volgt dat [medeverdachte] ‘yes’, ‘no’ riep op paniekerige toon, dat [verdachte] naar [medeverdachte] toeliep tot hij achter haar stond en dat [medeverdachte] toen het lichaam van [slachtoffer 1] losliet, dat het water in ging. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat op het moment dat [medeverdachte] bezig was het lichaam van [slachtoffer 1] het water in te krijgen [verdachte] daar bij in de buurt stond. De getuigen hebben niet gezien dat hij daaraan actief een bijdrage heeft geleverd. De rechtbank acht de rolverdeling zoals die aan de Weespertrekvaart is waargenomen ([medeverdachte] knapt het vuile werk op) gelet op de persoonlijkheden van verdachten onwaarschijnlijk indien [verdachte] zelfstandig, zonder betrokkenheid van [medeverdachte], het letsel zou hebben toegebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a3854bfd66b2e9a71369dd4bdfb5f9919905982ea46b3acaf1b5ecf989f6906, en de alinea staat in dat document op bytes 58475 tot 59795.