Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 april 2015
Alinea 42 Rechtbank Amsterdam 21 april 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 april 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:2799.
13. Aan het voorgaande wordt niet afgedaan doordat de indiener van een Wob-verzoek ingevolge artikel 3, derde lid, van de Wob geen belang bij zijn verzoek hoeft te stellen. Die bepaling laat onverlet dat de bevoegdheid tot het indienen van een Wob-verzoek met een bepaald doel is toegekend, namelijk dat in beginsel een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie. Zoals hiervoor onder 2 is overwogen, kan misbruik van recht zich voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven. Om die reden kan het doel van een Wob-verzoek relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden (zie de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2014, ECLI:N:RVS:2014:4129). Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangevoerd dat met een op artikel 7:18, vierde lid, van de Awb gebaseerd verzoek de voor het deugdelijk kunnen aanvechten van een verkeersboete benodigde stukken niet allemaal of niet tijdig kunnen worden verkregen. Hiermee is geen verklaring gegeven voor de hiervoor onder 6 tot en met 12 beschreven handelingen die een tijdige besluitvorming konden bemoeilijken. Het aangevoerde doet daarom niet af aan de conclusie dat misbruik van recht heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ccfdba1486e6e7811a81089f9ff8cc29b90ae3b350af11bc424e069fd52c1c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ccfdba1486e6e7811a81089f9ff8cc29b90ae3b350af11bc424e069fd52c1c, en de alinea staat in dat document op bytes 23853 tot 25103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32ccfdba1486e6e7811a81089f9ff8cc29b90ae3b350af11bc424e069fd52c1c | shasum -a 256