Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015

Alinea 86 Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:355.

5. Daarnaast acht [eiser] subsidiair het ontslag kennelijk onredelijk in de zin van artikel 7:681 BW. [eiser] bestrijdt de bedrijfseconomische noodzaak van het ontslag. Uit de gang van zaken op 21 mei 2013 en de vacatures blijkt dat de arbeidsplaats van [eiser] niet structureel is vervallen. Braincap heeft kritiek op de persoon [eiser] en op zijn capaciteiten en Braincap achtte hem geheel ten onrechte moeilijk plaatsbaar. In zoverre is er sprake van een valse of voorgewende reden. Voorts bestrijdt [eiser] dat Braincap zich in een financieel slechte positie bevindt en te kampen heeft met structurele werk- dan wel omzetvermindering. Daarnaast heeft Braincap niet de juiste volgorde voor ontslag gehanteerd. Tot slot stelt [eiser] dat de gevolgen van opzegging voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van Braincap bij opzegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a14c1fe564e9528cd3e0a9210b85136f9a1f40af4c60134d9d9686875983c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a14c1fe564e9528cd3e0a9210b85136f9a1f40af4c60134d9d9686875983c, en de alinea staat in dat document op bytes 24681 tot 25558.