Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015
Alinea 94 Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:355.
11. Vervolgens staat ter beoordeling of het ontslag kennelijk onredelijk is. Daarbij geldt op grond van de arresten van de HR van 27 november 2000, LJN BJ6596 en van 12 februari 2010, LJN BK4472, als uitgangspunt dat eerst aan de hand van alle omstandigheden, tezamen en in onderling verband beschouwd, moet worden vastgesteld dát sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, vóórdat kan worden toegekomen aan de beantwoording van de vraag welke vergoeding aan de werknemer toegekend moet worden. Na de beëindiging ingetreden omstandigheden kunnen slechts in aanmerking worden genomen voor zover zij bevestigen hetgeen in redelijkheid, onder meer met betrekking tot de inkomsten van [eiser] kon worden verwacht op het moment van ontslag. De enkele omstandigheid dat [eiser] zonder toekenning van een vergoeding is ontslagen is onvoldoende voor toewijzing van de vordering. Voor het aannemen van een kennelijk onredelijk ontslag moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden, die in de kern inhouden dat het ontslag is gegeven in strijd met algemene normen van goed werkgeverschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a14c1fe564e9528cd3e0a9210b85136f9a1f40af4c60134d9d9686875983c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8a14c1fe564e9528cd3e0a9210b85136f9a1f40af4c60134d9d9686875983c, en de alinea staat in dat document op bytes 30822 tot 31937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef8a14c1fe564e9528cd3e0a9210b85136f9a1f40af4c60134d9d9686875983c | shasum -a 256