Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 januari 2015
Alinea 21 Rechtbank Amsterdam 30 januari 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:358.
7. Verweerder heeft de door eiser weergegeven feiten niet betwist. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de door eiser afgelegde verklaring daaromtrent. In het onderhavige geval acht de rechtbank, op basis van deze feiten, voldoende aannemelijk dat eiser de verschuldigde belasting heeft voldaan aan verweerder. Dat eiser voor een andere auto heeft betaald die ook in de omgeving van de betaalautomaat geparkeerd stond, acht de rechtbank, gegeven het consistente relaas van eiser in samenhang met het overgelegde betaalbewijs en de overgelegde pashouderbon, niet aannemelijk. Dit betekent dat eiser met de in overweging 3 genoemde bewijsmiddelen erin is geslaagd het (tegen)bewijs te leveren dat voor het parkeren van zijn auto op de genoemde plaats, dag en tijdstip is betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2f4fc356863ea622f609f8444f3d532d948465dc76740545fc731d6f69b99f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2f4fc356863ea622f609f8444f3d532d948465dc76740545fc731d6f69b99f6, en de alinea staat in dat document op bytes 11723 tot 12528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2f4fc356863ea622f609f8444f3d532d948465dc76740545fc731d6f69b99f6 | shasum -a 256