Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 juni 2015

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 17 juni 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3906.

[eiser] heeft ook nog gesteld dat hij is is overgekrediteerd omdat zijn financieringslasten niet uit zijn reguliere inkomen bestaande uit salaris en huurinkomsten konden worden opgebracht. De rechtbank overweegt hierover dat de vraag of sprake is van overkreditering moet worden beschouwd aan de hand van artikel 4:34 Wft. Dit artikel bepaalt in lid 1 dat de aanbieder in het belang van de consument informatie inwint over de financiële positie van de consument en beoordeelt of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is, ter voorkoming van overkreditering. Lid 2 bepaalt dat de aanbieder geen kredietovereenkomst aangaat met een consument indien dit met het oog op overkreditering onverantwoord is. [eiser] heeft zijn betoog onderbouwd met het verwijt aan de bank dat hij thans mede is aangewezen op een additionele dividendstroom uit zijn B.V. Dit verwijt, wat hier ook van zij, levert niet zonder meer een schending op van artikel 4:34 Wft dan wel van enige maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm. Zoals ING aanvoert mocht bij de beoordeling van het krediet, behalve naar de inkomsten uit huur, ook worden gekeken naar het potentiële inkomen van [eiser] uit aanmerkelijk belang en niet alleen naar het inkomen dat hij zichzelf als DGA uitbetaalde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f892535f1beb7806d3f27a9206b213245ed6fbb1940e159c2d2a00cb7fa9438d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f892535f1beb7806d3f27a9206b213245ed6fbb1940e159c2d2a00cb7fa9438d, en de alinea staat in dat document op bytes 31258 tot 32538.