Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 januari 2015
Alinea 51 Rechtbank Amsterdam 5 januari 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 januari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:40.
12. Volgens artikel 1 van de WGBL is sprake van direct onderscheid indien een persoon op grond van leeftijd op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld. Dat is in de onderhavige zaak het geval. Immers, artikel 38, tweede lid CAO maakt onderscheid naar leeftijd en niet in geschil is dat D&B deze bepaling heeft toegepast en dat [eiser] vanwege zijn leeftijd (ruim boven de AOW-gerechtigde leeftijd) geen contract heeft aangeboden gekregen. Of dit onderscheid, gelet op uitspraak van het EU Hof van Justitie (Kücükdeveci/Swedex, 19 januari 2010, JAR 2010/53 en de daarin genoemde algemene beginselen van unie-recht), alsmede de WGBL al of niet verboden is hangt af van de aanwezigheid van objectieve rechtvaardigingsgronden. Daartoe dient met het onderscheid een redelijk doel zijn gediend en moet het middel proportioneel en noodzakelijk zijn. Waarom dit onderscheid in de cao is opgenomen is daarin niet omschreven noch is toegelicht welk doel de cao-partijen met bedoelde uitzonderingsbepaling hebben willen dienen. Een legitiem doel (zoals bijv. werkgelegenheidsbeleid of een opleidingsdoel) dient zich niet direct aan gezien de functie van [eiser]. Ter rechtvaardiging van de omstreden bepaling waarop D & B zich beroept dient zij feiten en gronden aan te dragen en dat heeft zij niet gedaan. In het kader van deze kort gedingprocedure voert het te ver dat de rechter ambtshalve een onderzoek naar rechtvaardigingsgronden gaat entameren, te minder nu daarvoor geen enkele aanleiding lijkt te bestaan. Het betoog dat D&B niet kan worden opgezadeld met beslissingen van haar rechtsvoorgangers om [eiser] na zijn 65e jaar in dienst te nemen respectievelijk te houden, levert geen objectieve rechtvaardigingsgrond op. Juist het na de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst nemen en bij eerdere contractwisseling in dienst houden rechtvaardigt thans (zonder deugdelijke gronden) geen afwijking in het nadeel van [eiser]. D&B heeft tegenover het belang van [eiser] bij behoud van zijn werkplek ook niet duidelijk gemaakt welk redelijk belang gemoeid is bij de weigering. Dat EW [eiser] nog in dienst wil houden maakt dit oordeel niet anders. Nu geen objectieve rechtvaardigingsgrond is aangedragen, wordt aan de proportionaliteits- en noodzakelijkheidstoets niet toegekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f555ff3b52c960e7c5bc2e957ffb13cae0abb1365f1075b51ea68acdf966867. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f555ff3b52c960e7c5bc2e957ffb13cae0abb1365f1075b51ea68acdf966867, en de alinea staat in dat document op bytes 18711 tot 21080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f555ff3b52c960e7c5bc2e957ffb13cae0abb1365f1075b51ea68acdf966867 | shasum -a 256