Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 juli 2015
Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 8 juli 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4286.
Dit verweer slaagt niet. Allereerst hebben de artikelen 19 en 20 ABV geen betrekking op de inhoud van overeenkomsten tussen de bank en haar cliënten of een eventuele schending van de zorgplicht van de bank in de relatie tot de klant, maar op de gebondenheid van de cliënt aan de juistheid van door de bank verstrekte gegevens. De daarin genoemde klachttermijnen zijn dan ook niet op de onderhavige situatie van toepassing. Het beroep op artikel 6:89 BW biedt ING evenmin soelaas. Uit de rechtspraak volgt dat bij de beoordeling of er tijdig is geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW, groot gewicht toekomt aan het antwoord op de vraag of de bank nadeel lijdt door het tijdsverloop tussen het moment van ontdekking van de tekortkoming en het moment waarop is geprotesteerd (vgl. HR 8 februari 2013, NJ 2014, 497). Indien de schuldenaar het bestaan van zodanig nadeel aan de zijde van de bank betwist, is het aan de bank om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij weldegelijk nadeel heeft geleden door het tijdsverloop (vgl. HR 12 december 2014, JOR 2015, 92). In dit geval heeft ING echter tegenover de gemotiveerde betwisting van Horeca Meubilair onvoldoende gemotiveerd gesteld dat zij door het verstreken tijdsverloop nadeel heeft geleden. In de eerste plaats stelt de rechtbank vast dat ING bij haar conclusie van antwoord alle relevante documentatie met betrekking tot de kredietovereenkomst en de renteswap heeft overgelegd, alsmede een schriftelijke verklaring van [naam 3], waarin hij over de gang van zaken rondom het afsluiten van de renteswap verklaart. Tegen deze achtergrond valt zonder nadere onderbouwing, die ING niet heeft gegeven, niet in te zien dat ING door het tijdsverloop tot aan de eerste klacht in haar bewijspositie is geschaad. Evenmin heeft ING met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd dat zij in enig ander opzicht door het lange(re) tijdsverloop in haar belangen is geschaad. Derhalve geldt dat ook als met ING wordt aangenomen dat Horeca Meubilair al op 1 oktober 2009 (na de eerste opslagverhoging) op de hoogte was van de gestelde tekortkoming en vervolgens pas op 10 oktober 2013 voor het eerst daadwerkelijk hierover heeft geklaagd, ING zich ondanks dit lange tijdsverloop bij gebreke van enig nadeel aan haar zijde niet met succes op verval van recht ex artikel 6:89 BW kan beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ade3d894e3c3d1ea65c8ef437dc6f5ef75eaaf39158b922ea93aaefa0ed616d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ade3d894e3c3d1ea65c8ef437dc6f5ef75eaaf39158b922ea93aaefa0ed616d, en de alinea staat in dat document op bytes 29099 tot 31443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ade3d894e3c3d1ea65c8ef437dc6f5ef75eaaf39158b922ea93aaefa0ed616d | shasum -a 256