Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 mei 2015

Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 13 mei 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 mei 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4381.

De Upper Brook Companies en LIA baseren hun verzoeken op het bepaalde in de artikelen 2:298 en 2:299 Burgerlijk Wetboek (BW). Zij nemen tot uitgangspunt dat PIAM rechtsgeldig als bestuurder is ontslagen en dat de Investment Management Agreements rechtsgeldig zijn beëindigd. De rol van PIAM is, zo stellen zij, daarmee uitgespeeld. Dat heeft dan evenzeer te gelden voor de rol van Palint, die nauw met PIAM is verbonden en die door PIAM is ingeschakeld in het kader van de uitvoering van de Investment Management Agreements. Uit het strafrechtelijk onderzoek is echter gebleken dat Palint zich nog altijd inlaat met het beheer en/of de bewaring van de vermogens van (uiteindelijk) de Upper Brook Companies. Daarnaast is gebleken dat Palint elk kwartaal een aanzienlijk bedrag onttrekt aan de bij Deutsche Bank in bewaring gegeven vermogens van (uiteindelijk) de Upper Brook Companies. De bestuurders van Palint, [verweerder 2] en [verweerder 3], maken zich aldus schuldig aan gedragingen als bedoeld in artikel 2:298 lid 1 BW, aldus steeds de Upper Brook Companies en LIA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe994f1f51385ddb6d4005af39436d882993817553a1ab1e584ae6a804824bfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe994f1f51385ddb6d4005af39436d882993817553a1ab1e584ae6a804824bfa, en de alinea staat in dat document op bytes 17214 tot 18300.