Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 juli 2015
Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 29 juli 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4514.
De vraag die voorligt is dan ook of [eiser] zijn beslissing om (ook) voor eigen rekening in het Fonds te beleggen (mede) heeft gebaseerd op het handelen van de bank, met andere woorden of er causaal verband is tussen het handelen van de bank en de schade van [eiser]. Het is aan [eiser] om het causale verband te stellen en onderbouwen. De bank heeft ter zake gemotiveerd verweer gevoerd. Daartoe heeft zij gewezen op de bij conclusie van antwoord overgelegde e-mailcorrespondentie tussen [eiser] en [naam 1] van SBC. De rechtbank maakt uit de ook in dit vonnis geciteerde e-mails op dat [eiser] rechtstreeks contact onderhield met [naam 1] en dat dit veelvuldig plaatsvond, ook al in de periode voorafgaand aan de start van het Fonds. Dit e-mailverkeer vond plaats in het kader van de handel die [eiser] via onder meer [bedrijf 3] en TT dreef met posities bij SBC. De geciteerde e-mailcorrespondentie wijst erop dat [eiser] al van het Fonds op de hoogte was vóór de presentatie in mei 2003 waarbij de bank aanwezig was en waar ook [eiser] naar zijn zeggen is geweest. Uit de geciteerde e-mailcorrespondentie blijkt zonder nadere toelichting niet dat [eiser] door de bank is overgehaald om te participeren in het Fonds dan wel dat het handelen van de bank in zijn afweging een rol heeft gespeeld. Veeleer moet het er, zonder nadere toelichting die ontbreekt, voor worden gehouden dat [eiser] heeft geparticipeerd in verband met de posities die hij (indirect) had in bollen, met name die welke waren opgebouwd als voorraad ten behoeve van het Fonds (zie de hiervoor onder 2.13 aangehaalde e-mailwisseling). Zo vraagt [eiser] aan [naam 1] wanneer het Fonds eigenlijk begint. Ook blijkt uit een van de e-mails dat [eiser] met Bulb Quest posities had ingenomen waarvan met [naam 1] was afgesproken dat die aan het Fonds zouden worden doorverkocht met een marge van ongeveer 20%. Op 10 juni 2003, vlak voordat [eiser] posities in het Fonds kocht, overlegde hij met [naam 1] of hij via Bulb Quest of zelf, al dan niet via TT, zou deelnemen in het Fonds, waarna [eiser] uiteindelijk besloot zelf deel te nemen. Op 23 juni 2003 deelde hij aan [naam 1] mede dat hij in privé voor € 1 miljoen in het Fonds deelnam en via TT voor ongeveer € 2,2 miljoen. De stelling van [eiser] dat hij als min of meer argeloze particulier door de bank is overgehaald om te participeren in het Fonds, althans dat hij bij het nemen van de participaties gerechtvaardigd op mededelingen van de bank of een indruk die de bank zou hebben gewekt zou hebben vertrouwd, is in het licht van het gemotiveerde verweer van de bank en de vaststaande feiten dan ook onvoldoende onderbouwd. Dit betekent dat de stellingen van [eiser] niet de conclusie kunnen dragen dat hij niet zou hebben geïnvesteerd in het Fonds als de bank hem had medegedeeld dat zij geen betrokkenheid had bij het Fonds en ook geen onderzoek had gedaan naar de risico’s van belegging in het Fonds. Causaal verband tussen enig handelen van de bank en de investeringsbeslissing van [eiser] is dan ook niet komen vast te staan. Dit betekent dat geen aansprakelijkheid van de bank jegens [eiser] voortvloeit uit de handelwijze van de bank in dit geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec511c24d37cf7a53039db583cdfe559738d7429119a795572577a93a5f323b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec511c24d37cf7a53039db583cdfe559738d7429119a795572577a93a5f323b2, en de alinea staat in dat document op bytes 44692 tot 47893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec511c24d37cf7a53039db583cdfe559738d7429119a795572577a93a5f323b2 | shasum -a 256