Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015

Onder 17.11. Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4963.

Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder heeft voorzien in een overgangstermijn van zes jaar door middel van het verlenen van de op 1 januari 2020 eindigende exploitatievergunning. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt kunnen stellen dat deze overgangstermijn van zes jaar voldoende is om eiseres in de gelegenheid te stellen adequate maatregelen te nemen om haar bron van inkomsten op de nieuwe situatie af te stemmen. Verweerder heeft immers aangevoerd dat bij het bepalen van de termijn om de betrokkenen de gelegenheid te geven hun bedrijfssituatie op de nieuwe situatie in te stellen, mede is gekeken naar andere overgangstermijnen in vergelijkbare situaties, waaronder de liberalisering van de taximarkt. Onbestreden is dat de overgangstermijn in deze zaak langer is dan de vier jaar die bij de liberalisering van de taximarkt gold. Eiseres’ stelling dat verweerder geen nader onderzoek naar de termijn heeft gedaan, kan dan ook niet slagen. Voorts heeft eiseres niet gesteld of onderbouwd dat de gehanteerde termijn van zes jaar voor haar te kort is om haar bedrijfsvoering op adequate wijze aan te passen op de nieuwe situatie. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder bij het bepalen van de duur van de overgangstermijn voorts rekening heeft gehouden met de over de sector bezien gemiddelde afschrijving van de vaartuigen en motoren. Dat betekent dat eiseres, behalve dat zij zich met adequate maatregelen kan instellen op de nieuwe situatie, de overgangstermijn tevens kan gebruiken om (een deel van) haar investeringen terug te verdienen. Gelet op voornoemde jurisprudentie van het EHRM heeft het voorgaande tot gevolg dat – anders dan de stelling van eiseres ter zitting – verweerder zich op het standpunt kon stellen dat hij naast de overgangstermijn niet hoefde te voorzien in een financiële compensatie. Dat eiseres recentelijk enkele van haar vaartuigen heeft aangeschaft of gerenoveerd, maakt dit niet anders. Gelet op voornoemde jurisprudentie hoeft verweerder de overgangstermijn of de eventuele financiële compensatie niet zo vast te stellen dat eiseres volledig wordt gecompenseerd in haar investeringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e73a091ac95610cf3a6af15118be827a6681f7b25b299af4ef9a5c5d87c1d33c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e73a091ac95610cf3a6af15118be827a6681f7b25b299af4ef9a5c5d87c1d33c, en de alinea staat in dat document op bytes 77435 tot 79634.