Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015
Onder 19.2. Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4963.
De rechtbank stelt voorop dat met het opnemen van voorschrift 2.11. in de bestreden besluiten verweerder heeft aangeduid dat het overgangsbeleid, neergelegd in artikel 6.1, vierde lid, van de RPA 2013 geldt voor de in 18.1 genoemde vaartuigen van eiseres. Dit overgangsbeleid is uitsluitend van toepassing op de vaartuigen die groter zijn dan de maximale afmetingen die op grond van de segmentindeling voor het segment bemand groot zijn toegestaan. Deze segmentindeling heeft de rechtbank onder 12.5 niet onredelijk geacht. Verweerder streeft ernaar om deze vaartuigen op termijn uit de grachten te laten verdwijnen, omdat zij gelet op de doorvaartprofielen eigenlijk te groot zijn om door de Amsterdamse grachten te varen. Verweerder hanteert daartoe een overgangsbeleid, op grond waarvan verweerder enkel de huidige vergunninghouder nog toestaat de vergunning te gebruiken tot het moment dat deze het vaartuig verkoopt, vervangt of verbouwt en zolang het vaartuig niet langer dan vier weken buiten gebruik is. De rechtbank acht dit overgangsbeleid niet onredelijk gelet op de te grote afmetingen van de vaartuigen in relatie tot de doorvaartprofielen van de grachten. De omstandigheid dat bijvoorbeeld ook een overgang van een vaartuig van vader op zoon na overlijden van de vader onder dit beleid valt, leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank volgt eiseres voorts niet in haar stelling, dat het voorschrift onvoldoende duidelijk is. Voor zover de formulering van het voorschrift al tot onduidelijkheid zou kunnen leiden, heeft verweerder die weggenomen door ter zitting toe te lichten dat het moet gaan om een aaneengesloten periode van vier weken en niet om een optelsom van meerdere perioden, zoals door eiseres is verondersteld. Van schending van het formele rechtszekerheidsbeginsel, zoals eiseres stelt, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Voor zover eiseres heeft betoogd dat er allerlei omstandigheden kunnen zijn op grond waarvan een schip noodgedwongen langer dan vier weken uit de vaart moet worden genomen, overweegt de rechtbank dat die situatie thans niet voorligt. Of verweerder onder dergelijke omstandigheden overgaat tot intrekking van de vergunning, is onderwerp van nadere besluitvorming door verweerder, waartegen eiseres rechtsmiddelen kan aanwenden, mocht een dergelijke situatie zich voordoen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e73a091ac95610cf3a6af15118be827a6681f7b25b299af4ef9a5c5d87c1d33c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e73a091ac95610cf3a6af15118be827a6681f7b25b299af4ef9a5c5d87c1d33c, en de alinea staat in dat document op bytes 87006 tot 89368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e73a091ac95610cf3a6af15118be827a6681f7b25b299af4ef9a5c5d87c1d33c | shasum -a 256