Citaat | Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015

Onder 20.2. Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:4965.

De rechtbank stelt voorop dat de overgangstermijn bedoeld is om de vergunninghouder in staat te stellen maatregelen te treffen om de gevolgen van de herziening van het beleid te ondervangen. Zoals reeds in het voorgaande onder 13.3 is overwogen, acht de rechtbank het niet onredelijk dat in het beleid daarbij een generieke termijn is gehanteerd die loopt tot 1 januari 2020, zonder financiële vergoeding. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar stelling dat de termijn te kort is, motiveert door te verwijzen naar schade die zij stelt te lijden indien na 1 januari 2020 geen vergunning wordt verkregen voor het onderhavige vaartuig. De rechtbank overweegt dat op dit moment nog niet bekend is of dit vaartuig ook na 1 januari 2020 nog over een vergunning zal beschikken, zodat niet kan worden vastgesteld of eiseres schade lijdt en zo ja, hoe hoog die schade is. Verweerder heeft verwezen naar de mogelijkheid om alsdan, indien geen nieuwe vergunning wordt verkregen, een beroep te doen op de Algemene Verordening Nadeelcompensatie van de gemeente. Gelet op het voorgaande heeft verweerder, ook in gevallen waarin de afschrijvingstermijn van 25 jaar op 1 januari 2020 nog niet is verstreken, kunnen volstaan met de generieke overgangstermijn zonder financiële tegemoetkoming. De rechtbank merkt daarbij nog op dat zij het niet onaannemelijk acht dat juist voor nieuwere vaartuigen, desgevraagd een vergunning ook ná 1 januari 2020 zal worden verkregen, dan wel dat deze vaartuigen indien de gevraagde vergunning niet aan eiseres wordt verleend, nog andere omzet zullen kunnen genereren of waarde blijven vertegenwoordigen. Dat het bestreden besluit voor het vaartuig van eiseres onevenredige gevolgen heeft, acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk gemaakt door eiseres. Anders dan eiseres aanvoert, heeft verweerder in het bestreden besluit de specifieke omstandigheden van haar vaartuig wel meegewogen, maar komt tot een andere conclusie dan eiseres. Van strijd met artikel 3:4 van de Awb is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06bcf0ff22e0afe2e7db258023e506b2a8d85b745ab77f215588dc6df2d9a8d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06bcf0ff22e0afe2e7db258023e506b2a8d85b745ab77f215588dc6df2d9a8d3, en de alinea staat in dat document op bytes 89473 tot 91500.