Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 september 2015
Onder 4.11. Rechtbank Amsterdam 16 september 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 september 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:6128.
[eiseres] stelt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich een enveloppe met CHF 600,00, die [naam 1] had verstopt in een koperen ketel in zijn woonhuis, hebben toegeëigend. [eiseres] stelt dat [gedaagde 1] op 31 december 2013 tegenover haar heeft toegegeven dat zij CHF 600,00 uit de koperen ketel had gehaald. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben volgens [eiseres] derhalve ten aanzien van dat bedrag op grond van artikel 3:194 lid 2 BW eveneens hun aandeel aan [eiseres] verbeurd. Subsidiair legt [eiseres] aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. Meer subsidiair stelt [eiseres] dat een derde van het bedrag van CHF 600,00 aan haar toekomt als erfgenaam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca92691f6e45959c201de8ba15f0c4be5955906e222ed3a0bf0f1fd2b3963d41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca92691f6e45959c201de8ba15f0c4be5955906e222ed3a0bf0f1fd2b3963d41, en de alinea staat in dat document op bytes 40691 tot 41435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca92691f6e45959c201de8ba15f0c4be5955906e222ed3a0bf0f1fd2b3963d41 | shasum -a 256