Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 september 2015

Onder 4.12. Rechtbank Amsterdam 16 september 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 september 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:6128.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] betwisten dat er ten tijde van het overlijden van [naam 1] een enveloppe met CHF 600,00 was. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren aan dat [gedaagde 1] aan [eiseres] heeft verteld dat zij een bedrag van CHF 60,00 had aangetroffen en dat zij dat geld had gebruikt ter gedeeltelijke compensatie van door haar medio december 2013 gemaakte reiskosten voor een reis naar Zwitserland in verband met de inkeerregeling. Deze kosten komen volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voor rekening van de nalatenschap en [gedaagde 1] was dan ook gerechtigd om genoemd bedrag daarvoor aan te wenden, aldus – steeds – [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca92691f6e45959c201de8ba15f0c4be5955906e222ed3a0bf0f1fd2b3963d41. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca92691f6e45959c201de8ba15f0c4be5955906e222ed3a0bf0f1fd2b3963d41, en de alinea staat in dat document op bytes 41516 tot 42199.