Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 februari 2015

Onder 3.2.11. Rechtbank Amsterdam 18 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 februari 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:774.

Voorshands acht de rechtbank dat niet het geval. Op de vrouw rust de bewijslast dat zij in 1999 niet van wist van de overdracht van de aandelen [bedrijf 2] door de man aan de zoon van partijen. De man stelt dat hij het met de vrouw besproken heeft. De zoon van partijen heeft blijkens een overgelegde e-mail schriftelijk verklaard dat de vrouw er wel degelijk van afwist. De reden om de aandelen over te dragen was volgens de man estateplanning. De dochter van de vrouw (in de stukken aangeduid als [naam 1]) had door haar huwelijk (met een man die in stukken is aangeduid als [naam 2]) vermogen en de man wilde ook naar de zoon van partijen vermogen overhevelen. In de belastingaangiften van partijen van na 1999 staan de aandelen [bedrijf 2] ook niet vermeld. De verklaring van de vrouw dat zij alles blind tekende, zowel de kwijtschelding, als de belastingaangiften komt voor haar rekening en risico.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/370ff35309a9984bf0d9a0955f67ea1d445479e5f372382d71e135e8e397cb26. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 370ff35309a9984bf0d9a0955f67ea1d445479e5f372382d71e135e8e397cb26, en de alinea staat in dat document op bytes 18241 tot 19158.