Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 oktober 2015

Onder 7.2. Rechtbank Amsterdam 8 oktober 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 oktober 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7748.

Op grond van de gedingstukken, in het bijzonder de in 7.1 genoemde stukken, en het verhandelde ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat verweerder op de juiste gronden heeft geconcludeerd dat sprake was van schending van artikel 40, eerste tot en met derde lid, van de Wet BIG. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat eiser in het kader van de behandeling van een aantal patiënten systematisch van de in Nederland geldende normen afweek en die niet in acht nam, maar zijn eigen hiervan afwijkende visie stelselmatig liet prevaleren. Dit heeft te gelden voor in ieder geval de normen op het gebied van diagnosestelling, alsmede de doseringen en combinaties van medicijnen ter behandeling van die patiënten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door hem toegepaste behandelingen van PTSS en ADHD bij volwassenen geaccepteerde behandelmethodes zijn, in die zin dat deze naar de Nederlandse normen aanvaard zijn. Dat de door verweerder aangehaalde literatuur over de behandeling van ADHD niet als veldnorm kan worden gehanteerd en dat er op het gebied van ADHD bij volwassenen geen formele richtlijnen zijn, zoals eiser heeft gesteld, rechtvaardigt niet dat eiser van de normen geldend in Nederland mocht afwijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3de2b6dd1e36ff2f73cf2dd4618dc50bc5e146f0fa4659d37d189bb422798f49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3de2b6dd1e36ff2f73cf2dd4618dc50bc5e146f0fa4659d37d189bb422798f49, en de alinea staat in dat document op bytes 16606 tot 17846.