Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 november 2015

Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 11 november 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7848.

Stichting SdB maakt ABN AMRO een groot aantal juridische verwijten. Samengevat grondt zij haar vorderingen op het volgende. Aan de vereisten voor een collectieve actie (in de betekenis van: een groepsactie) in de zin van 3:305a BW is voldaan. De tussen ABN AMRO en de leningnemers overeengekomen opslag betreft een individuele opslag waarvan de hoogte (slechts) bepaald wordt door de verhouding tussen de executiewaarde van de woning en de hoogte van de betrokken lening; van deze overeenkomst wordt nakoming gevorderd. De leningnemers mochten er, mede gelet op de door de bank verstrekte informatie, op vertrouwen dat er geen grond was voor wijziging van de opslag in het geval niet ook hun persoonlijke omstandigheden wijzigden. Voor zover dat wel is gebeurd, is ABN AMRO tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen (en schadeplichtig). De leningnemers hebben gedwaald omdat de bank hen over het wijzigen van de opslag onjuist en onvolledig heeft voorgelicht. Het nadeel dat zij hierdoor hebben geleden, moet worden opgeheven. ABN AMRO heeft onrechtmatig jegens de leningnemers - allen consumenten - gehandeld door de op haar rustende zorgplicht niet na te leven, aan de leningnemers essentiële informatie over de wijziging van de opslag te onthouden (en aldus een misleidende mededeling te doen in de zin van artikel 6:194 BW) en zich in verband met de opslag schuldig te maken aan oneerlijke danwel misleidende handelspraktijken (als bedoeld in de artikelen 6:193b, c en e BW). De bedingen uit hoofde waarvan ABN AMRO de opslag heeft gewijzigd, zijn onredelijk bezwarend en kwalificeren steeds als een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Dat de bank gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot wijziging van de opslag, is aan te merken als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW. ABN AMRO heeft misbruik van bevoegdheid gemaakt door de opslag naar eigen goeddunken te wijzigen. Zij heeft haar rechten uit hoofde van de opslagwijzigingsbedingen toegepast op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Er is sprake van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. De bank handelt in strijd met artikel 4:20 van de Wet op het financieel toezicht alsmede haar eigen gedragscode. Voorts is er een lacune in de leningovereenkomsten omdat niet is overeengekomen aan de hand van welke parameters de bank de opslag kon wijzigen. Deze lacune moet, met behulp van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, worden opgevuld, waarbij kan worden geput uit de objectieve ijkpunten die in het overgelegde rapport van Van Rossem zijn uiteengezet. De leningnemers hebben als gevolg van de tekortkomingen en de onrechtmatige gedragingen van ABN AMRO schade geleden, onder meer in de vorm van de maandelijks teveel betaalde opslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 69621 tot 72554.