Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 november 2015
Onder 5.18. Rechtbank Amsterdam 11 november 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7848.
In Nederland wordt het toepasselijke wettelijke kader voor deze ambtshalve toets gevormd door de artikelen 6:231 BW tot en met 6:247 BW. Waar nodig moeten die bepalingen richtlijnconform worden uitgelegd. Eerst wordt bezien of de opslagwijzigingsbedingen voorkomen op de grijze en zwarte lijst - als bedoeld in de artikelen 6:236 en 6:237 BW - van bedingen die (vermoedelijk) onredelijk bezwarend zijn. Op grond van artikel 6:236 onder i BW moet als onredelijk bezwarend worden aangemerkt een beding dat de gebruiker de bevoegdheid geeft tot een prijsverhoging binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst, tenzij de wederpartij in dat geval bevoegd is de overeenkomst te ontbinden. Nu in geen van de opslagwijzigingsbedingen een beperking is gesteld aan het moment per wanneer de opslag voor het eerst kan worden gewijzigd en de leningnemer bovendien niet (contractueel) bevoegd is de overeenkomst te ontbinden in het geval de opslag binnen drie maanden na sluiting van de overeenkomst wordt verhoogd, is strikt genomen niet voldaan aan de in artikel 6:236 onder i BW vermelde uitzondering (“ tenzij ”) dat de overeenkomst bij zo’n prijsverhoging binnen drie maanden kan worden ontbonden. Voor het geval aan die uitzondering toch geacht moet worden te zijn voldaan - omdat de leningnemers contractueel weliswaar niet kunnen ontbinden, maar wel bevoegd zijn tot aflossing van de lening, dan wel omzetting van de lening naar een andere rentevastperiode - moet de vraag of de opslagwijzigingsbedingen niettemin onredelijk bezwarend zijn, worden beantwoord aan de hand van de open norm van artikel 6:233 BW en aan de hand van in Europese rechtspraak ontwikkelde criteria. In artikel 6:233 BW is bepaald dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is, indien dit, gelet op de aard en inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen en de overige omstandigheden van het geval, voor de wederpartij onredelijk bezwarend is. Het onder de richtlijn relevante criterium is of sprake is van een oneerlijk beding. In het kader van de richtlijn komt betekenis toe aan de vraag of het beding is opgenomen in de bijlage bij de richtlijn, houdende een (indicatieve en niet-uitputtende) lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt (hierna: de bijlage).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 94244 tot 96683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d | shasum -a 256