Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 november 2015

Onder 5.23. Rechtbank Amsterdam 11 november 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7848.

De rechtbank stelt in dit verband in de eerste plaats vast dat ABN AMRO op basis van geen enkele contractvariant gehouden is de klant zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van een wijziging van de opslag. In één enkel geval voorziet het opslagwijzigingsbeding erin dat de klant over een wijziging van de opslag “tevoren” wordt geïnformeerd; dat dit dan “zo spoedig mogelijk gebeurt” is echter in geen enkel geval voorgeschreven, net zo min als dat contractueel is gewaarborgd per welk moment de klant uiterlijk over een opslagwijziging wordt geïnformeerd. Ook voorziet de contractsdocumentatie er niet in dat de bank in geval van een opslagwijziging, de redenen voor die wijziging aan de leningnemers toelicht. De rechtbank neemt in dit verband - en onder verwijzing naar de hiervoor geciteerde passage in het RWE-arrest - in aanmerking dat een consument die niet tijdig en naar behoren over een op stapel staande wijziging wordt geïnformeerd, de mogelijkheid verliest de berekeningswijze te controleren en in voorkomende gevallen (tijdig) van leverancier te veranderen. Aan de onder (i) en (ii) genoemde vereisten voor toepassing van de onder b) vermelde uitzondering, is dus niet voldaan. Overigens wordt in dit verband opgemerkt dat ABN AMRO het kennelijk ook niet (steeds) als haar verplichting beschouwde om de leningnemers tijdig van een opslagverhoging op de hoogte te stellen; van de opslagverhoging per 1 februari 2009 berichtte zij de leningnemers immers pas op 26 januari 2009 (zie 3.7). In de tweede plaats doet zich hier niet (altijd) de situatie voor waarin - zoals voor toepassing van deze uitzonderingsgrond ook is vereist - de consument vrij is de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen. Daarbij dient tot uitgangspunt - zie wederom de hiervoor weergegeven passage in het RWE arrest - dat niet slechts moet zijn voorzien in een formeel opzeggingsrecht, maar dat sprake moet zijn van een opzeggingsrecht dat ook daadwerkelijk door de consument kan worden benut, hetgeen bijvoorbeeld niet het geval is wanneer de tijd ontbreekt of kosten moeten worden gemaakt om van leverancier te veranderen. Op grond van de algemene bepalingen van ABN AMRO zoals onder 3.12.6 en 3.12.7 weergegeven, dienen de leningnemers bij volledige aflossing van de lening steeds een termijn van ten minste 30 dagen in acht te nemen (zie artikel 16 van de algemene bepalingen van ABN AMRO van februari 2005 en artikel 7.6 van de algemene bepalingen van ABN AMRO van 15 oktober 2007). Onder de in 3.12.2 bedoelde euribor-hypotheken van Fortis was voorgeschreven dat leningnemers binnen een maand na rentewijziging tot algehele aflossing moesten zijn overgegaan, bij het uitblijven waarvan zij geacht werden akkoord te zijn met de rentewijziging. Van een bevoegdheid tot onmiddellijke opzegging (vereiste (iii)) is dan ook geen sprake. Bovendien is ten aanzien de laatstgenoemde euribor-hypotheken van Fortis bepaald dat bij omzetting van de euribor-hypotheek in een andere hypotheekvorm “administratiekosten” verschuldigd zijn. Laatstbedoelde bepalingen vormen, naar het oordeel van de rechtbank, een belemmering voor het daadwerkelijk kunnen benutten van het opzeggingsrecht door de klant. Ook ten aanzien van deze euribor-hypotheken is in zoverre dus aan het vereiste onder (iii) niet voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d013e4db676b46210b3e7120c8e7d3aba5476847907836346fee81116aabbf2d, en de alinea staat in dat document op bytes 105638 tot 108957.