Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015
Onder 5.3.3. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.
Hoewel zowel [naam 2] als verdachte heeft verklaard dat de betalingen leningen betreffen, houdt de gelijkenis van de verklaringen daarmee ook op. Verdachte heeft verklaard dat een en ander schriftelijk is vastgelegd en dat die lening na zijn pensionering in één keer zou worden afgelost inclusief 1,5 tot 2% rente. [naam 2] heeft daarentegen kort samengevat verklaard dat er een mondelinge afspraak was, dat geen rente zou hoeven te worden betaald en er geen zekerheden en garanties waren. Mede gezien het feit dat de direct betrokkenen verschillend verklaren over de aard en de condities van de verstrekte geldbedragen is niet aannemelijk is geworden dat deze betalingen leningen waren. Evenmin is aannemelijk geworden dat (is afgesproken dat) verdachte na zijn vertrek bij Rochdale verdachte ineens zou terugbetalen. De gedachte dat verdachte een ‘gouden handdruk’ zou krijgen, leefde alleen bij [naam 2] , terwijl het risico dat er mogelijk geen volledige terugbetaling zou kunnen plaatsvinden alleszins reëel moet worden geacht. De slotsom is dat ten aanzien van de betalingen telkens sprake was van een gift als bedoeld in artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 79828 tot 81022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33 | shasum -a 256