Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Onder 5.6.2. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.

Uit de stukken blijkt dat [naam 3] de desbetreffende factuur heeft opgemaakt op de computer van [naam 14] . Uit de verklaring van laatstgenoemde volgt dat verdachte in het kantoor aanwezig was waar [naam 3] op dat moment de factuur heeft opgemaakt. Weliswaar moet het gefactureerde bedrag worden aangemerkt als een steekpenning voor verdachte, maar uit het dossier volgt niet dat verdachte een – intellectuele en/of materiële – bijdrage heeft geleverd aan het opmaken van de valse factuur. Het enige dat is komen vast te staan, is dat verdachte aanwezig was in het kantoor op het moment dat daar de factuur is opgemaakt en dat is onvoldoende om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 112626 tot 113345.