Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Onder 6 Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.

op 6 juni 2014 te Den Haag tijdens een openbaar verhoor als getuige onder ede voor een commissie als bedoeld in artikel 1 onder b jo artikel 2 lid 2 van de Wet op de Parlementaire Enquête 2008, zijnde een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert en daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling, persoonlijk, opzettelijk de navolgende, geheel of ten dele, valse verklaringen – zakelijk weergegeven – onder ede heeft afgelegd, te weten: op een vraag van mevrouw Hachchi tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties: “Hebt u ooit geld of gunsten aangenomen voor eigen voordeel?” geantwoord: “Nooit.” en op een vraag en/of opmerking van dhr. Oskam tijdens het verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties: “Mijn laatste vraag. Mevrouw Hachchi vroeg of u ooit geld, gunsten of steekpenningen hebt aangenomen. U antwoordde daarop met een volmondig “nee, nooit”. Nou lopen er twee gescheiden trajecten: een strafzaak bij het Open Ministerie – daar hebben wij geen inzage in – en deze parlementaire enquête. Dit is weer een heel andere rechtsgang, zal ik maar zeggen. De verdenking dat u gunsten en steekpenningen hebt aangenomen, is er wel” geantwoord: “Ze zijn me nog nooit aangeboden en ik heb ze nog nooit gevraagd.”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 133297 tot 134636.