Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Onder 9.2. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.

De eis van het Openbaar Ministerie verbaast. Vooral omdat op artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht destijds maximaal 1 jaar gevangenisstraf stond terwijl, zoals het Openbaar Ministerie zelf op verschillende plaatsen in het requisitoir memoreert, bij een bewezenverklaring van omkoping het doen van een onjuiste belastingaangifte (en witwassen) een ‘gegeven’ is. Dat indiceert een ‘verbondenheid’, die in de strafeis als zodanig niet lijkt terug te komen. De aanzienlijke, niet aflatende en steeds terugkerende media-aandacht, waarmee dit pleidooi begon, regardeert de rechtbank. Zoals blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad (HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3024), staat het de rechtbank vrij bij het bepalen van de straf rekening te houden met nadeel dat door media-aandacht voor een verdachte is veroorzaakt, ook indien dit niet aan het toedoen van het OM is te wijten of indien dit niet als een schending van artikel 8 EVRM kan worden aangemerkt. De verdediging verzoekt u in casu van die bevoegdheid gebruik te maken, mede tegen de achtergrond van het gegeven dat verdachte op één uitzondering (in 2010) na nimmer zelf de publiciteit heeft gezocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 138752 tot 139945.