Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Onder 9.3.19. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.

De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. Deze termijn begint op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De redelijkheid van de duur van een zaak is afhankelijk van onder meer de volgende omstandigheden: de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop, en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM van kracht is geworden, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 149802 tot 150899.