Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Onder 4.2.2. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.

4.2.2.10. Van relevante dwang was, gelet op deze bescherming, geen sprake. Dat, als aangevoerd door de raadsvrouw, de PEC bij aanvang van het verhoor verdachte niet gewezen heeft op de mogelijkheid niet te antwoorden ten aanzien van de genoemde specifieke vraag, maakt dit niet anders. Doorslaggevend is immers dat een naar waarheid afgelegde verklaring niet als bewijs gebruikt mag worden in een strafrechtelijke procedure. Hier is sprake van een wettelijke bewijsuitsluitingsgrond. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever oog heeft gehad voor de dilemma’s die verbonden zijn aan de plicht van een beëdigde getuige. Dit alles overziend, is de rechtbank van oordeel dat de aan betrokkene als verdachte toekomende waarborgen door de bewijsuitsluiting ex artikel 30 WPE op afdoende wijze in overeenstemming met artikel 6 EVRM in acht zijn genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 30136 tot 31005.