Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2015
Onder 4.2.2. Rechtbank Amsterdam 10 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8799.
In artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is het zogenoemde opportuniteitsbeginsel neergelegd. De beslissing om al dan niet tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Alleen in uitzonderlijke gevallen is plaats voor een niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. De rechtbank ziet in de enkele omstandigheid dat de PEC, hoewel daartoe bevoegd, geen aangifte heeft gedaan van meineed geen zodanige omstandigheid dat geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met het instellen van de vervolging voor meineed enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Ook dit onderdeel van het niet-ontvankelijkheidsverweer wordt daarom verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33, en de alinea staat in dat document op bytes 33703 tot 34624.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a057c403048953f1fc19d170fc781d085570ac5c880cb8d577ad5e12a832ae33 | shasum -a 256