Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 december 2015
Alinea 110 Rechtbank Amsterdam 14 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9415.
39. Ook in de huidige zaak is in het pensioenreglement bepaald dat deelnemerschap aanspraak geeft op AOP, terwijl het vereiste van deelnemerschap niet expliciet als voorwaarde is vermeld in het artikel waarin het ingangstijdstip voor het AOP is vermeld (artikel 12 b). Daarin wordt zelfs gesproken over de (gewezen) deelnemer. De wachttijd tot het ingaan van het AOP betreft een met de casus in het arrest vergelijkbare overbruggingsperiode, die afhankelijk is van ontvangst van de arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO, IVA of WGA. Het hof had gelet op de bewoordingen van de regeling vastgesteld dat het recht op AOP ten gevolge van ziekte tijdens het deelnemerschap was gevestigd, dat dit verkregen recht inging na de wachttijd en dat werd aangenomen dat werknemer dan ook deelnemer was gebleven in de periode dat zijn AOP nog niet was ingegaan tijdens de eenmaal begonnen wachttijd. Het hof verwierp de redenering dat dit recht op grond van de andere bepalingen van het reglement weer kon vervallen als gevolg van ontbinding van de arbeidsovereenkomst en daarmee het eindigen van het deelnemerschap. Het hof wees onder meer op onduidelijkheden in de bepalingen en achtte doorslaggevend dat de regeling kennelijk aansluiting zoekt bij het systeem van de WAO welk recht ook eerst ingaat na een wachttijd en niet vervalt door beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Volgens het hof leidde een andere uitleg tot een willekeurige uitwerking van de pensioenregeling, hetgeen strijdig is met het verzekeringskarakter van de regeling. Gelet op al het voorgaande werd aangenomen dat ook het uitlooprisico voor de regeling inzake premievrijstelling gedekt diende te blijven (zie voormeld arrest van de Hoge Raad onder 4.3 tot en met 4.6). De Hoge Raad ( evenals de AG) achtte deze uitleg niet onbegrijpelijk en conform de toets van het DSM/Fox arrest omdat het ging om een uitleg naar objectieve maatstaven waarbij acht is geslagen op de elders in het reglement gebruikte bewoordingen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden tekstinterpretaties zouden leiden. Ook de Hoge Raad wees op het verzekeringskarakter (3.4.3 tot en met 3.6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e863b3619cc101e681a85188ac097b7c6806488700550d7a8d19be85317387d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e863b3619cc101e681a85188ac097b7c6806488700550d7a8d19be85317387d, en de alinea staat in dat document op bytes 52990 tot 55175.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e863b3619cc101e681a85188ac097b7c6806488700550d7a8d19be85317387d | shasum -a 256