Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 december 2015
Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 24 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9515.
Dit verweer wordt verworpen. De Wbp is ingevoerd ter implementatie van de Richtlijn 95/46/EG van het Europees parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (verder: de privacyrichtlijn). In het Costeja-arrest heeft het HvJ EU geoordeeld dat de activiteit van een zoekmachine moet worden gekwalificeerd als “verwerking van persoonsgegevens” in de zin van de privacyrichtlijn wanneer deze informatie persoonsgegevens bevat, en dat de exploitant van deze zoekmachine moet worden geacht de “verantwoordelijke” voor deze verwerking te zijn in de zin van de privacyrichtlijn. Hieruit volgt dat Google, ook in de zin van artikel 36 Wbp, als de verantwoordelijke voor de verwerking van de onderhavige persoonsgegevens kan worden aangemerkt. Daarmee heeft [verzoeker] zijn verzoek aan de juiste entiteit gericht. Dat [verzoeker] zijn verzoek ook, of zoals Google stelt primair, aan de NRC had kunnen richten, doet daaraan niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508, en de alinea staat in dat document op bytes 19021 tot 20112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508 | shasum -a 256