Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 december 2015
Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 24 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9515.
Daarbij geldt nog dat bij de toepassing van het zogenoemde “verwijderingsrecht” als bedoeld in het Costeja-arrest het vooral om de gevonden zoekresultaten gaat, en niet zozeer om de vraag of de inhoud van (in dit geval) het gevonden artikel zelf ontoereikend, irrelevant of bovenmatig is. [verzoeker] heeft ook uitdrukkelijk aangegeven dat zijn verzoek niet tegen het artikel als zodanig is gericht. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat, indien [verzoeker] wel een inhoudelijke toetsing had gewenst van een artikel dat via een zoekopdracht vindbaar is, het hem had vrijgestaan de NRC aan te spreken. In zo’n procedure kan het juridisch beoordelingskader voor onrechtmatige perspublicaties worden toegepast, waarin onder meer wordt gewogen in welke mate een bepaalde uiting steun vond in het beschikbare feitenmateriaal. Een beroep op artikel 36 Wbp is niet bedoeld om die procedure te omzeilen. Het is evenmin bedoeld om onwelgevallige maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan een zoekmachine-exploitant aan het zicht van het publiek te onttrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508, en de alinea staat in dat document op bytes 25037 tot 26149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42838513054b368750d609ca77c2c8359408d33752ddcc3e34d1b14f1aaf3508 | shasum -a 256