Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juli 2015

Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 22 juli 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juli 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:9902.

Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat artikel 8, aanhef en onder c, van de Wbp van toepassing is en niet artikel 8, aanhef en onder f, van de Wbp. Dit betekent dat verweerder het verzet van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en het bezwaar van eiser ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven de overige beroepsgronden van eiser geen bespreking meer. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder geen inhoudelijk standpunt heeft ingenomen over de gegrondheid van het verzet. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d48d506f2eb50079f7cd2a62af846a387a84e33fc9f02c9d1f6c61a90fe54695. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d48d506f2eb50079f7cd2a62af846a387a84e33fc9f02c9d1f6c61a90fe54695, en de alinea staat in dat document op bytes 21348 tot 22205.