Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016

Onder 3.2.5. Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1585.

Voorts volgt uit al het voorgaande dat advocaten van [kantoor] (en dus het kantoor [kantoor] ) wisten, althans hebben moeten weten, dat de Kooilust-groep eind 2014 en begin 2015 financieel in zwaar weer verkeerde. [kantoor] was de huisadvocaat van [naam 1] en zijn vennootschappen en behandelde (ook) in die periode diverse dossiers. Veel van die dossiers zagen op (omvangrijke) schulden van de Belastingdienst en (op handen zijnde) faillissementsaanvragen van diverse vennootschappen. De rechtbank stelt vast dat ook [gedaagde sub 2] wist, althans behoorde te weten van de financiële problemen van de Kooilust-groep. Hij wist dat de declaraties van zijn kantoor door [naam 1] niet werden betaald en heeft daarom zijn werkzaamheden voor de groep begin 2005 stilgelegd en [naam 1] niet bijgestaan bij de omzetting van de surseance van Kooilust Investments in faillissement en hij was begin 2005 aanwezig bij gesprekken met de curatoren waar is gesproken over de financiële situatie van de andere vennootschappen in de Kooilust-groep en waar ter sprake kwam dat de financiële situatie “redelijk dramatisch” was, zoals Dingemans als getuige heeft verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/162c1396c7e9bf1fd164a5fcd8412964721ffdb6a19ce0357b380246a58cfb20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 162c1396c7e9bf1fd164a5fcd8412964721ffdb6a19ce0357b380246a58cfb20, en de alinea staat in dat document op bytes 37488 tot 38663.