Citaat | Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016
Onder 3.5.2. Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 23 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1585.
Het geld moest uit Amerika komen en zou in escrow worden gehouden. [naam 1] kwam met een document dat ik moest ondertekenen. U toont mij productie 21 bij dagvaarding. Dat zal wel dat document zijn geweest, want daar staat mijn handtekening onder. Toen [naam 1] mij dat document toonde, heb ik hem gevraagd of het in orde was en of ik het kon tekenen. Ik wist op basis van dit document dat het geld naar Zwitserland ging en dat had [naam 1] mij ook verteld. Ik heb hem toen gevraagd of uit de opbrengst niet de lening van Kooilust Investments moest worden afgelost. Dat hoefde niet volgens hem, omdat de lening pas in 2008 hoefde te worden afgelost. Ik heb [naam 1] ook gevraagd of het geld niet eerst in de Belgische vennootschappen terecht moest komen. Dat was niet nodig. [kantoor] had het allemaal onderzocht en hierover geadviseerd en ik kon met een gerust hart tekenen. Ik had geen reden om daaraan te twijfelen en daarom heb ik het document ondertekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/162c1396c7e9bf1fd164a5fcd8412964721ffdb6a19ce0357b380246a58cfb20. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 162c1396c7e9bf1fd164a5fcd8412964721ffdb6a19ce0357b380246a58cfb20, en de alinea staat in dat document op bytes 52799 tot 53832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/162c1396c7e9bf1fd164a5fcd8412964721ffdb6a19ce0357b380246a58cfb20 | shasum -a 256