Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016
Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:168.
Eerder, op 10 november 2015, heeft hij als verdachte ter zitting verklaard dat hij het parkeerkaartje in handen heeft gehad en dat hij die ochtend bij de bus is geweest. Hij heeft geen auto’s geregeld of observaties verricht. Hij had pas later begrepen dat het busje gelinkt kon worden aan de moord. Als hij van te voren had geweten wat er zou gebeuren, zou hij het kaartje nooit in zijn handen hebben gehad. Hem was verteld dat het om drugs ging, dat het busje ‘iets’ met drugs te maken had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec179b5f2ee1071ad7ab22ffd497edfd5f3aadf73ccdc06764e67575d9ee1588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec179b5f2ee1071ad7ab22ffd497edfd5f3aadf73ccdc06764e67575d9ee1588, en de alinea staat in dat document op bytes 77624 tot 78135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec179b5f2ee1071ad7ab22ffd497edfd5f3aadf73ccdc06764e67575d9ee1588 | shasum -a 256