Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:168.

Volgens [getuige] was [verdachte] bij de liquidatie aanwezig. Als de rechtbank de verklaring van [getuige] goed leest, lijkt het er op dat hij de betrokkenheid van [verdachte] afleidt uit het feit dat hij was aangehouden. Als deze lezing correct is, is de bewering van [getuige] uiteraard niet voor het bewijs te gebruiken. Ook anderszins kan de mogelijke betrokkenheid van [verdachte] niet uit de uitlatingen van [getuige] blijken. Zo stelt [getuige] dat [medeverdachte 1] niets over de mogelijke rol van [verdachte] heeft gezegd en ook [naam 2] heeft naar [getuige] verklaart niet veel over de rol van [verdachte] verteld. Wat [naam 2] dan wel over [verdachte] heeft gezegd blijft duister. Zo verklaart [getuige] met zoveel woorden dat de rol van [verdachte] hem niet duidelijk is geworden. De rechtbank kan derhalve uit de verklaringen van [getuige] niet afleiden dat [verdachte] bij de feiten is betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec179b5f2ee1071ad7ab22ffd497edfd5f3aadf73ccdc06764e67575d9ee1588. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec179b5f2ee1071ad7ab22ffd497edfd5f3aadf73ccdc06764e67575d9ee1588, en de alinea staat in dat document op bytes 129925 tot 130848.