Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 maart 2016
Alinea 29 Rechtbank Amsterdam 17 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1690.
4. GCA heeft zich tegen het verzoek verweert. Zij heeft aangevoerd dat hoor en wederhoor geen vereiste is voor ontslag op staande voet en dat [verzoekster] niets had in te brengen na de mededeling van [naam 2] op 5 november 2015 dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang werd beëindigd. GCA heeft voorts aangevoerd dat zij direct actie heeft ondernomen toen zij met het urenoverzicht van Intergraph werd geconfronteerd. Uit de tweede alinea van de ontslagbrief volgt daarnaast volgens GCA helder dat [verzoekster] is ontslagen omdat zij zich heeft laten betalen voor uren die zij niet heeft gewerkt. Er is sprake van een dringende reden, althans heeft GCA niet ernstig verwijtbaar gehandeld, zodat zij niet gehouden is een billijke vergoeding te betalen. GCA mocht erop vertrouwen dat [verzoekster] de uren maakte die waren overeengekomen. Zij wist dat zij die uren moest maken gezien het feit dat zij bij brief van 7 maart 2011 door de rechtsvoorganger van GCA erop was aangesproken dat zij minder uren werkte dan aan haar werden uitbetaald. Uit het door Intergraph opgestelde urenoverzicht volgt dat [verzoekster] en haar echtgenoot in de maand oktober 2015 samen maar 16,4 uren hebben gewerkt, hetgeen een dringende reden oplevert. In augustus 2015 heeft Intergraph aan GCA klachten geuit over het schoonmaakwerk, die in september 2015 met [verzoekster] zijn besproken. Intergraph heeft de schoonmaakovereenkomst met GCA eind november 2015 opgezegd en heeft die opdracht enkel vanwege een scherpe aanbieding later opnieuw gekregen. [verzoekster] heeft met deze handelwijze ernstig verwijtbaar gehandeld, waardoor zij geen aanspraak heeft op een transitievergoeding. De opzegtermijn bedraagt acht weken, zodat de opzegtermijn in geval van een onregelmatige opzegging zou eindigen op 2 januari 2016 en GCA in dat geval slechts € 1.722,98 bruto verschuldigd zou zijn. Tot slot heeft GCA schade geleden van € 2.433,98, omdat zij de factuur voor schoonmaakwerkzaamheden over oktober 2015 aan Intergraph heeft moeten crediteren. Deze schade is door [verzoekster] veroorzaakt, zodat deze dient te worden verrekend met het salaris van [verzoekster] over de periode van 5 oktober tot 5 november 2015. Subsidiair bedraagt de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW € 1.722,98 bruto, hetgeen GCA mag verrekenen met het salaris over de betreffende periode. Meer subsidiair volgt uit het urenoverzicht dat [verzoekster] slechts 16,4 uren heeft gewerkt over oktober 2015, waardoor zij enkel recht heeft op € 184,50 bruto. Tot slot kan, gezien de feiten, geen sprake zijn van een wettelijke verhoging, aldus GCA.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43f51427f12e07767cb3585b607a00698c2fe3ca14d93f54a05e1f4cdf633688. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43f51427f12e07767cb3585b607a00698c2fe3ca14d93f54a05e1f4cdf633688, en de alinea staat in dat document op bytes 12889 tot 15536.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43f51427f12e07767cb3585b607a00698c2fe3ca14d93f54a05e1f4cdf633688 | shasum -a 256