Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:212.

De zorgaanbieders hebben in dit verband betoogd dat in ieder geval bij een cosmetische ingreep het implantaat niet als een ‘hulpzaak’ in de zin van artikel 6:77 BW kan worden aangemerkt. Dit betoog wordt niet gevolgd. Daarmee wordt miskend dat de hulpverlener jegens de patiënt, ongeacht de reden van de hulpvraag van de patiënt, bij zowel medisch geïndiceerd implanteren als bij implanteren op cosmetische gronden verplicht is tot het verrichten van vergelijkbare handelingen en dat het implantaat in beide gevallen op vergelijkbare wijze wordt aangewend. In het licht daarvan zou het onwenselijk zijn dat bij een gelijke verplichting van de hulpverlener jegens de patiënt verschillende regimes voor aansprakelijkheid zouden gelden en de patiënten in juridische zin niet op gelijke wijze zouden worden beschermd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48, en de alinea staat in dat document op bytes 26033 tot 26869.