Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016

Onder 4.7. Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:212.

De hoofdregel is dat de door het gebruik van een ongeschikte ‘hulpzaak’ ontstane tekortkoming wordt toegerekend aan de schuldenaar, in dit geval de hulpverlener (zorgaanbieder). De tekortkoming behoort echter niet aan de schuldenaar te worden toegerekend indien dit, gelet op de inhoud en strekking van de rechtshandeling waaruit de verbintenis voortspruit, de in het verkeer geldende opvattingen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk zou zijn. Op degene die zich op de uitzondering wil beroepen (“tenzij’), rust daarvan de stelplicht en de bewijslast. Aldus dienen de zorgaanbieders te stellen en te onderbouwen dat de tekortkoming niet aan hen behoort te worden toegerekend. De volgende omstandigheden zijn relevant bij de beoordeling van de vraag of het redelijk is de tekortkoming toe te rekenen aan de zorgaanbieders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48, en de alinea staat in dat document op bytes 28475 tot 29335.