Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016
Onder 4.8. Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:212.
De verbintenissen die voor de hulpverlener voortvloeien uit een geneeskundige behandelingsovereenkomst worden in beginsel aangemerkt als inspanningsverbintenissen. Bij een geneeskundige behandeling past het niet een bepaald resultaat te garanderen; zelfs bij een correct uitgevoerde behandeling kan een bepaald resultaat uitblijven. Dit laat onverlet dat bij geneeskundige behandelingsovereenkomsten sprake kan zijn van een op de hulpverlener rustende resultaatsverplichting. Een geneeskundige behandelingsovereenkomst kan ook elementen bevatten van beide typen verbintenis. In het onderhavige geval komt het aan op de vraag of op de hulpverlener de (resultaats)verplichting rustte een niet-gebrekkig implantaat in te brengen. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Gesteld noch gebleken is dat de hulpverleners er tegenover de patiënt voor instonden dat zij gebruik maakten van deugdelijke implantaten. Uit het hiernavolgende blijkt dat de hulpverleners daarvoor ook niet konden instaan en dat dat ook niet van hen kon worden verwacht. De hulpverleners hadden een inspanningsverbintenis. Een dergelijke verbintenis laat minder ruimte voor toerekening dan een resultaatsverbintenis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48, en de alinea staat in dat document op bytes 29576 tot 30772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/363a5e366558db2fb43f3a20d664df694a1d2df378a96e913d26ba3fed129a48 | shasum -a 256