Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Onder 1.3 Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2584.

Mr. De Witte stelt zich op het standpunt dat de getuige ten aanzien van deze vragen geen verschoningsrecht toekomt. De waarheidsvinding moet volgens hem prevaleren. Mr. De Witte heeft verwezen naar de verklaring die getuige [naam getuige 2] op 15 april 2014 heeft afgelegd in het kader van een voorlopig getuigenverhoor bij de rechtbank Midden-Nederland locatie Utrecht en de afwijzende beslissing van de rechter-commissaris te Utrecht op het inroepen van het verschoningsrecht door die getuige. Het proces-verbaal waarin deze verklaring en beslissing zijn opgenomen, is door mr. De Witte na afloop van de zitting van 21 april 2016 aan de rechter-commissaris toegezonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028, en de alinea staat in dat document op bytes 31414 tot 32099.