Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Onder 2.1 Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2584.

Voor het aannemen van een verschoningsrecht is het bestaan van een geheimhoudingsplicht een voorwaarde. Niet iedereen met een geheimhoudingsplicht kan echter aanspraak maken op een verschoningsrecht. Daarvoor moet de geheimhoudingsplicht in ieder geval voortvloeien uit de wet of uit de aard van de (toenmalige) functie van de getuige. Aan die voorwaarde is in dit geval voldaan. De Wet politieregisters en de CID-regeling 1995 leggen op de getuige, als toenmalige CID-officier, een verplichting op om – kort gezegd – gegevens geheim te houden en deze niet (zonder meer) aan anderen te verstrekken. Hoewel de Wet politieregisters inmiddels is vervallen, gaan partijen en de getuige er blijkbaar van uit dat het ingeroepen verschoningsrecht op basis van die wet moet worden beoordeeld. De rechter-commissaris zal hen hierin volgen en beoordelen of de in deze wet vervatte geheimhoudingsplicht ook een verschoningsrecht oplevert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028, en de alinea staat in dat document op bytes 32750 tot 33707.