Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Onder 2.5 Rechtbank Amsterdam 28 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2584.

De door mr. De Witte gestelde vragen zien op kennis die de getuige heeft opgedaan uit hoofde van zijn toenmalige functie als CID-officier. Die functie kan alleen behoorlijk worden uitgeoefend als de verkregen informatie geheim wordt gehouden, behalve voor zover die informatie, ook weer ter behoorlijke uitoefening van de functie, moet worden gedeeld. Aan dit belang kan echter in dit geval niet al te veel gewicht (meer) worden toegekend, omdat het gaat om kennis die is opgedaan in het kader van een opsporingsonderzoek dat in 1997/1998 is verricht en afgerond. Een opsporingsbelang is met de geheimhouding dus niet meer gediend. Het beantwoorden van de onder 1.2 vermelde vragen kan wel inbreuk maken op de privacy van degenen over wie destijds informatie bij de CID is binnengekomen. Dat belang weegt echter niet op tegen het zeer zwaarwegende belang van de waarheidsvinding in de civiele procedure. Daarbij is in aanmerking genomen dat [verzoeker] nu juist bewijs wil vergaren van wetenschap bij de Staat over het bestaan van jongensprostitutienetwerken en over het (al dan niet) aanpakken daarvan. De gestelde vragen staan met dat doel in rechtstreeks verband.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8176f7c008ed8455235aaf2d51893e235bdf284dd7428097f6a1caee1aa21028, en de alinea staat in dat document op bytes 35531 tot 36711.